Archief

Archief voor de ‘Irmgard Smits’ Categorie

Klein interview met Irmgard Smits

9 september 2005

N.a.v. mijn brief had ik een klein interview met Irmgard.

1. Irmgard, vind je het leuk om herinnerd te worden aan de tijd dat je ‘Nederlands jongste schrijfster’ was?

- Echt vervelend vind ik het niet, maar het hoeft niet echt meer voor mij.

2. Heb je overwegend goede herinneringen aan die tijd? Of waren er achteraf bekeken ook negatieve kanten van het, zo jong al, beroemd zijn?

- In principe alleen maar goede herinneringen, met name omdat ik er veel van geleerd heb. Tegen de tijd dat ik 18 werd, vond ik het wel genoeg. Ik wilde toen toch wel wat meer privacy.

3. Kun je het je voorstellen dat er zoveel ‘meisjes van toen’ nog geïnteresseerd zijn in jou?

- Nee, absoluut niet. Echt nooit in de gaten gehad dat het bij zo velen zo leefde.

4. Ben je direct na de middelbare school een medische opleiding gaan volgen? Klopt het dat je nu hoofd van het Operatie Complex van het UMCG te Groningen bent? Wil je daar iets over vertellen?

- Ik ben de opleiding tot operatieassistent gaan volgen in Sittard en Eindhoven. vervolgens in Leiden, in New York en in het UMCG gewerkt. Tot op heden veel opleidingen, met name manegementopleidingen gevolgd. In het UMCG heb ik veel (diverse) management functies vervuld, de laatste jaren steeds a.i. functies, tijdelijk managment. Sinds twee jaar ben ik manager Opercatiecentrum.

5. Heb je na je laatst verschenen boek ‘Die bovenste beste Babs’ nog meer geschreven? En heb je ooit de ambitie gehad om volwassen romans te gaan schrijven?

- In totaal heb ik tien boekjes geschreven, 8 over mij zelf en twee over Babs. Tot nu toe heb ik geen ambities om volwassen romans te schrijven, maar misschien komt dat nog na mijn pensionering??

6. Je bent getrouwd? Heb je ook kinderen gekregen?

- Getrouwd en een kind, een jongen van ruim 19 jaar. Verder in het bezit van kippen, pauwen, fazanten, twee hangbuikzwijnen, twee honden, twee katten en een paard.

7. Wil je zelf nog iets vertellen aan je fans van toen?
(Misschien een foto, maar dat is waarschijnlijk teveel gevraagd?)

- Ik heb geen idee wat men van mij nog zou willen weten.
Ik ga akkoord met plaatsing interview op www.boekenrijk.web-log.nl

Dank je, Irmgard, voor dit interview.

Alle logjes over Irmgard Smits

Irmgard Smits, Jeugdliteratuur

Brief aan Irmgard Smits

9 september 2005

Een week geleden zond ik een brief aan Irmgard Smits, zie vorig logje.

Hier volgt de brief:

Beste Irmgard,

Je zult misschien verbaasd zijn deze brief te ontvangen,
maar ik heb toch maar de moed opgevat je te schrijven.

Voor heel veel meisjes van rond de vijftig was jij vroeger een waar idool,
maar dat hoef ik je niet te vertellen.
Deze meisjes zijn nu vaak zeer actief op internet, men schrijft en leest bijvoorbeeld veelvuldig weblogs en of men heeft een eigen website.

Op mijn weblog, www.boekenrijk.web-log.nl , heb ik eens een stukje over jou en je boeken geplaatst. Daar zijn heel veel reacties op gekomen. Zo langzamerhand groei je uit tot een mysterieuze, onvindbare persoon. Er wordt van alles geprobeerd om er achter te komen hoe het nu met je gaat. Je kunt dit zien als nieuwsgierigheid, maar volgens mij is het meer. Je was nu eenmaal ons idool!

Ik heb zelfs vroeger met lood in mijn schoenen eens bij je aangebeld en ik kreeg toen een foto met handtekening. In de zevende hemel voelde ik me. In die tijd woonde ik in het noorden van het land en voor mij was Valkenburg toen sowieso al haast buitenland. Dit maakte jou nog interessanter.

Grappig genoeg woon jij nu in hetzelfde dorp, als waar ik woonde in de tijd dat ik je boekjes verslond.

Nu heb ik een verzoekje aan jou. Zou het niet leuk zijn om zonder (te) veel over jezelf kwijt te hoeven, een paar vragen te beantwoorden, waarmee je veel oudere meisjes gelukkig zal maken? Er gaan al veel geruchten en een aantal zijn wel geverifieerd. Je zou nu hoofd zijn van de OC in het UMCG te Groningen en je man zou vliegenier zijn.

Zou ik een klein “interview” met je kunnen houden en zou ik dat dan mogen plaatsen op mijn weblog of op www.boekenmuseum.nl?

Ik heb een klein lijstje met vragen gemaakt en dat voeg ik hierbij.
Alvast heel hartelijk dank!

Met vriendelijke groet,

(lees hier het interview)

Irmgard Smits, Jeugdliteratuur

Blijf lachen Irmgard

9 september 2005

Op 1 december 2004 schreef ik een logje over Irmgard Smits.
Dit levert tot de dag van vandaag reacties op.

Het begon natuurlijk allemaal met het boekje “Blijf lachen Irmgard“.
Achterop dit boekje staat:

- Een boek van een twaalfjarig meisje is een zeldzaamheid. Zo’n zeldzaamheid is “Blijf lachen Irmgard”.

- Als patientje in een sanatorium krabbelde Neerlands jongste schrijfster een heleboel bloknootvelletjes vol met de dingen die ze samen met de andere kinderen in ‘haar’paviljoen beleefde.

- Een hele poos later, toen ze allang weer thuis was, ging ze er, natuurlijk hier en daar wel een beetje geholpen door haar moeder, één groot verhaal van maken.

- In dat verhaal vertelde ze leuke en niet-zo-leuke dingen. Van de reuzelol die ze hadden met het plastic geraamte dat ze in het donker – heerlijk spannend – stiekem weghaalden uit de kamer van de dokter, en waarmee ze eens wilden kijken of de jongens werkelijk wel zo dapper waren als ze zich voordeden.

- Maar ook van het verdriet dat ze allemaal hadden toen een ander patiëntje, Josje, plotseling heel erg ziek werd en stierf.

- En dat verhaal is uiteindelijk dit boek geworden.

- Zelf zegt Irmgard ervan: “Alle personen in het boek zijn echt, en ik heb ze met name genoemd. Ook ‘Zuster Zuurbier’, die ons altijd zo vroeg naar bed stuurde.”

Blijf lachen Irmgard….Welk meisje zou dit boek niet dolgraag op haar boekenplank willen hebben?

———————————————

Een week geleden schreef ik Irmgard een brief.
Die brief plaats ik in een volgend logje.

Irmgard Smits, Jeugdliteratuur

Interview met Irmgard Smits

1 december 2004

irmgard2Destijds verzamelde ik alles over “Nederlands jongste schrijfster”, die als patiëntje in een sanatorium een heleboel bloknootvelletjes vol krabbelde met de dingen die ze samen met de andere kinderen in ‘haar’ paviljoen beleefde.

Ik was in 1967 met mijn ouders op vakantie in Zuid-Limburg en ik móest en zou naar het huis van Irmgard.

Mijn vakantie kon niet meer stuk!
Irmgard kwam zelf aan de deur, ik had een aardig gesprekje met haar én ik kreeg een gesigneerde foto.

Interview met Irmgard Smits in De Telegraaf van 14-10-1966.

Ik dacht dat ze zouden lachen om mijn boek

“Irmgard heeft een boek geschreven…” In de eerste klas van de ULO-school in Valkenburg was dit feit gisteren hèt gesprek van de dag. “Heb je het al gehoord. Ze heeft een brief van de uitgever gekregen,” zeiden haar klasgenootjes met ontzag tegen elkaar.

Thuis, in de zelfs tijdens het Valkenburgse hoogseizoen stille Pastoor Sartonstraat, rinkelde die dag de telefoon vaker dan normaal.

Terwijl de 12-jarige, in vlotte lila ribbeltrui en cognackleurige ribfluwelen broek gestoken schrijfster in de Valkenburgse schoolbanken de vervoegingen van het Franse werkwoord être onder de knie probeerde te krijgen, stond mevrouw Annie Smits (“Niet te verwarren met Annie Schmidt, al schrijf ik ook”) tientallen familieleden, leraren en de kapelaan te woord. De laatste kwam Irmgard later ook nog eens persoonlijk feliciteren met haar succes en bracht een boek over paddestoelen voor haar mee.

Patiëntje

Nu bijna drie maanden geleden stuurde Irmgard het manuscript, waarin ze haar belevenissen en ervaringen als tbc-patiëntje in een Limburgs sanatorium vastlegde, op naar de uitgeversmaatschappij West-Friesland in Hoorn. Deze week kreeg ze bericht dat haar boek, getiteld “Blijf lachen, Irmgard”, binnenkort zal verschijnen in de “Witte Raven”, een serie jeugdpockets “voor 10-14 jaar”.

Nederlands jongste schrijfster kan haar geluk sindsdien niet op. Niet vanwege de 437,50, die ze als royalty voor de eerste 5000 exemplaren ontvangt, maar vooral omdat nu werkelijkheid wordt, wat ze de laatste weken talloze malen heeft gedroomd: haar boek zal binnenkort in de winkeletalage prijken.

Dagboek

“Ik had gedacht dat die uitgever zou lachen om zo’n verhaal”, zegt ze. “Toen ik niets hoorde, heb ik twee brieven geschreven en tweemaal opgebeld. Mama zei: die man wordt gek van je. Toen het eenmaal zover was, kon ik het niet geloven.”

Tijdje stil

Drie jaar geleden werd Irmgard opgenomen in het sanatorium te Horn. “Het meisje dat naast me zat op school, kreeg tbc. We moesten toen allemaal een kruisje halen bij de dokter. Ik was die dag juist ziek. Maar papa zei, dat ik me toch maar eens moest laten doorlichten…”. In het sanatorium kortte Irmgard de dagen met het bijhouden van een dagboek.

“Er gebeurden veel leuke, maar ook heel verdrietige dingen”, zegt ze. “Een meisje ging dood. Ik schreef alles op. Soms was het erg moeilijk om onder woorden te brengen, wat je precies voelde. Ik had toen helemaal niet de bedoeling om een boek te schrijven. Dat kwam door mama.”

Stapeltje

Mevrouw Smits: “Toen ze weer thuis was, kwam ze iedere dag met een nieuw verhaaltje aandraven. De meeste hadden het sanatorium als onderwerp. Hoe druk ik het ook had, ik moest ze stante pede lezen. Toen heb ik gezegd: je moet er één groot verhaal van maken. Ik dacht dan is ze tenminste een tijdje stil.
Toen het af was, leek het me wel wat.
Ik heb zelf ook geschreven” en ze wijst in de boekenkast van bescheiden afmetingen een rijtje dunne boeken aan. “Ach, het stelt eigenlijk niets voor. Mijn man is chef van een reisbureau en in het seizoen soms dagenlang van huis. Wat doe je dan, zelfs als je drie kinderen hebt? Ik begon te schrijven, kleine toneelstukjes voor bruiloften en partijen en vond een uitgever. Er is veel vraag naar. Soms bellen kennissen van mij op: – Kun je een revuetje voor me schrijven, opa en oma zijn veertig jaar getrouwd – zeggen ze dan. Ik maak ze in duplo. Een exemplaar stuur ik naar de uitgever.”

Ze laat me een stapeltje ouderwets uitgegeven boekjes zien: “De dove erftante”, “Het misverstand”, “De rare snoeshaan”, “De neef uit Amerika”, “Vergeef het ons”; in de linker bovenhoek: Annie Smits-Nijhof.

“Ja, met één f”, zegt ze, “al moet Martinus Nijhoff volgens de stamboom een achterneef van mijn vader zijn. Ach, u weet wel: Bij de Burgerlijke Stand vergat men vroeger wel eens een f op te schrijven. Ik heb wel zo’n 80 van die kleine toneelstukjes geschreven. Soms drie op een middag.”
Is het schrijven een familietrekje? “Misschien wel”, zegt mevrouw Smits. “Toen Irmgard me zei dat ze een tweede boek wilde gaan schrijven, vroeg ik haar: waarom doe je dat? Omdat ik het niet kan laten, zei ze. Dat is wel typerend, zo voel ik het ook.

“De kinderen zijn bezeten van lezen”, zegt ze. “Na school, als hun klasgenootjes buiten spelen, kruipen zij het liefst met een boek in een hoekje. Iedere week halen ze acht boeken uit de bibliotheek en dan lenen ze natuurlijk nog het nodige. Soms denk ik wel eens: ze worden suf van dat steeds maar binnen zitten. Maar ach, ik was vroeger net zo. Ze zijn onverbeterlijk.

Advies

Natuurlijk heeft Irmgard mij om advies gevraagd bij het schrijven. Ze typt met twee vingers en dat gaat erg langzaam. Als ik haar dan zo achter die machine zag zitten zwoegen, zei ik: laat mij het maar doen. Ze had ook veel moeite met “zei ze”. Dat kwam wel twintig keer op één bladzijde voor. Ik heb haar een lijst laten maken met uitdrukkingen als: riep ze – meende ze – snikte ze – lachte ze – schreeuwde ze uit – juichte ze. Dat hielp, en ik heb natuurlijk ook de taalfouten verbeterd.”

Dieren

“Wat vond ik dat naar, toen ik het weer opnieuw moest maken, mama”, zegt Irmgard. Mevrouw Smits: “In eerste aanleg was het manuscript dertig bladzijden te kort. Ze heeft er toen het een en ander bij gefantaseerd. Binnen een week had ze het af.”

“‘s Avonds zat ze tot negen uur te werken met zo’n hoofd”, en mevrouw Smits maakt een veelbetekenend gebaar met haar handen.
Irmgard: “Vroeger schreef ik over kabouters en over mijn dieren. Sherry de hond. Hans de kraai, en Kwek de eend, maar dit is een écht boek.
De personen zijn echt en ik heb ze allemaal met name genoemd. Ook “zuster Zuur”, die ons altijd vroeg naar bed stuurde.
Later wil ik schrijfster of journaliste worden. Het lijkt me geweldig om overal met je neus bij te staan.” Tegen mevrouw Smits: “Mama, hoe heette dat ook alweer, dat met die kinderverlamming?” “Elspeet”, zegt mevrouw Smits. “Ja, daar had ik zo graag bij willen zijn. Ik heb het in de krant gelezen en dan stel ik me voor hoe zoiets in werkelijkheid is. Weet u wat ik ook fijn vind”, vraagt ze me: “Op zondagavond dat tv-programma. “Vragen staat vrij”, heet het, geloof ik. Dan zeggen ze wat ze over God denken. Alles is er bij, de dominee en de kapelaan….”
Mevrouw Smits zegt later: “Irmgard is zo gevoelig van aard. Ziekte en dood, zoals ze die in dat sanatorium heeft meegemaakt, maken veel indruk op haar. Ze is sentimenteel. Ik denk dat het de leeftijd is. Alhoewel, mijn man moest ook huilen, toen hij voor het eerst het manuscript las.”

Interview: Yvonne Laudy in de Telegraaf van 14-10-1966

Irmgard Smits, Jeugdliteratuur